Bedrijfsoverdrachten van familiebedrijven

Nederland neemt in Europa een middenpositie in bij de belasting voor bedrijfsoverdrachten. De kritiek dat deze belasting te laag zou zijn, is misplaatst, waarschuwt KPMG. In andere Europese landen betalen familiebedrijven minder of helemaal geen belasting bij overdracht aan de volgende generatie. De accountants- en adviesorganisatie publiceert vandaag een internationaal onderzoek naar de erf- of schenkbelasting die in 65 landen verschuldigd is bij bedrijfsoverdrachten van familiebedrijven. De verschillen zijn groot. Portugal, Frankrijk en Griekenland kennen hoge belastingen. Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland heffen geen belasting als een bedrijf overgaat naar de volgende generatie. Nederland zit daar tussenin, met de zogeheten Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR), aldus KPMG.

De tweede generatie van de familie Geurts droeg begin 2017 alle aandelen in schoonmaakbedrijf en facilitair dienstverlener Facilicom over aan de derde generatie.
De tweede generatie van de familie Geurts droeg begin 2017 alle aandelen in schoonmaakbedrijf en facilitair dienstverlener Facilicom over aan de derde generatie. Foto: Peter Hilz/HH

Midden- en kleinbedrijf

Critici vinden de BOR te gunstig uitpakken voor de aantredende generatie. Maar KPMG waarschuwt voor aanpassing. ‘We moeten ons realiseren dat Nederland binnen Europa fors uit de pas zou gaan lopen wanneer de BOR zou worden versoberd’, stelt Maarten Merkus in een begeleidend persbericht bij het onderzoek. De fiscalist van KPMG Meijburg & Co is gespecialiseerd in familiebedrijven.

Bedrijfsoverdrachten | Ongelijk speelveld | Forse verschillen in belastingheffing bij overdracht familiebedrijvenDe onderzoekers merken op dat de verschillen in fiscale behandeling tot een ongelijk speelveld leiden voor familiebedrijven in Europa. Vaak zijn dat ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf. Volgens Merkus stellen landen met een goede opvolgingsregeling familiebedrijven veel beter in staat door de generaties heen te blijven groeien.

Vermogensongelijkheid

Critici brengen hier tegenin dat de vrijstellingen van erf- en schenkbelasting in de BOR een ongelijk speelveld creëren tussen familiebedrijven en ondernemers die zelf een bedrijf kopen of starten. Die laatsten krijgen hun startkapitaal niet in de schoot geworpen en hebben dus hogere financieringskosten, is de redenering.

‘Fiscaal voordeel bij bedrijfsopvolging creëert ongelijk speelveld’

Naast deze kritiek vindt er internationaal een discussie plaats over groeiende inkomens- en vermogensongelijkheid binnen landen. Laag- of onbelaste bedrijfsoverdrachten vergroten die ongelijkheid.

Waardering voor familiekapitaal

Aan de uiteenlopende belastingregimes liggen volgens KPMG cultuurverschillen ten grondslag. In Europa en het Midden-Oosten zou meer waardering bestaan voor familiekapitaal dat door de generaties heen is vergaard. Relatief jonge landen zoals de Verenigde Staten en Australië zouden daarentegen meer waarde hechten aan ondernemerschap en de creatie van nieuwe rijkdom door nieuwe kansen te grijpen.

In het onderzoek bevinden Zuid-Afrika en Canada zich aan het ene uiteinde. Zij heffen hoge belastingen bij bedrijfsoverdrachten, zowel bij pensionering als bij vererving. In Canada betalen familiebedrijven in beide gevallen omgerekend €2,1 mln belasting voor een onderneming die €10 mln waard is. In Zuid-Afrika is dat €3,2 mln als de eigenaar overlijdt en €3,3 mln als die zijn bedrijf overdraagt.

Voorwaarden vrijstelling

In onder meer het Verenigd Koninkrijk en Duitland leiden vrijstellingen ertoe dat familiebedrijven geen belasting betalen als zij overgaan in handen van de volgende generatie. In Duitsland geldt dat tot een bedrijfswaarde van €90 mln. Ten slotte zijn er landen die helemaal geen overdrachtsbelasting kennen. In Europa zijn Zweden en Polen daar voorbeelden van.

Nederland is een middenmoter. Na de vrijstellingen in de BOR is er bij een nalatenschap en pensioen respectievelijk €270.000 en €273.000 verschuldigd bij een bedrijfswaarde van €10 mln. Net als in de meeste andere landen stelt Nederland voorwaarden aan de vrijstellingen. Zo moet er sprake zijn van een onderneming waarin daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Alleen beleggingen zijn niet genoeg. Een andere eis is dat de nieuwe eigenaren het bedrijf ten minste vijf jaar moeten voortzetten.

error: