Circulair ben je als bedrijf niet zomaar

Circulair ben je als bedrijf niet zomaar

Kringlopen.

Het is nog pionieren voor bedrijven die kringlopen willen sluiten, blijkt uit onderzoek. Ondernemers kennen de beleidsnota’s niet en vragen zich af waar te beginnen.

Circulair ben je als bedrijf niet zomaar, kringlopen.
Hoogleraar duurzaam ondernemen Jan Jonker, verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen

Ooit een circulaire hamburger gezien?” Hoogleraar duurzaam ondernemen Jan Jonker niet. De vraag komt voort uit enige wrevel. Te pas en te onpas wordt het woord ‘circulair’ gebruikt zonder aan te geven waar het nu eigenlijk over gaat. “Zonder pardon beweren mensen dat we naar een compleet circulaire economie gaan. Dat is nogal een ambitie. Zo’n stelling bewijst dat de diepte in het debat ontbreekt. Het moet preciezer.”

Jonker, verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen, deed samen met andere onderzoekers daarom een poging ‘de circulaire stand van het land’ op te maken. De resultaten daarvan publiceren ze deze week tijdens een conferentie in Arnhem. In het onderzoek zijn 4800 bedrijven aan een analyse onderworpen, 900 vulden een enquête in. Het leverde 100 praktische voorbeelden op van bedrijven die een deel van hun activiteiten circulair maken. “Dat aantal is nog heel klein maar er is wel veel belangstelling onder bedrijven ermee aan de slag te gaan.”

Circulaire economie

Voor de goede orde: circulair produceren gaat over het sluiten van kringlopen, legt Jonker uit. “Iets met je afval doen of minder grondstoffen gebruiken is niet het wezen van de circulaire economie.” Eén van de 100 voorbeeldbedrijven is dakbedrijf Roof2Roof. Dat heeft methodes ontwikkeld om bitumen dakbedekking opnieuw te gebruiken. Mits op de goede manier aangebracht en weer verwijderd, kan het opnieuw een dak op of dienen als asfaltverbeteraar. Het materiaal hoeft zo niet langer in de afvaloven te eindigen.

Voorwaarde om als voorbeeld te kunnen fungeren is dat de kringloop ook een ‘business model’ is. Ofwel: je moet er geld mee kunnen verdienen. Dat lukte Roof2Roof toen de prijzen van nieuw bitumen omhoog gingen. Daarnaast heeft het bedrijf veel partijen moeten overtuigen van de werkwijze. Dat is gelukt: van een proefproject is het in drie jaar uitgegroeid tot een onderneming met twee vestigingen.

Rijksbreed Programma Circulaire Economie

Tijdens het onderzoek merkte Jonker dat de circulaire economie nog helemaal geen ingeburgerd begrip is. “Er is nu een Rijksbreed Programma Circulaire Economie, een landbrede visie op het onderwerp, maar dat weten veel ondernemers niet. Als ze al wel zo ver zijn dat ze er iets mee willen doen, weten ze niet waar te beginnen. Wij dragen nu bouwstenen aan. Zoals: kies één materiaalstroom uit, benader alle partijen die daarbij betrokken zijn en richt dat proces opnieuw in zodat een kringloop ontstaat waar ook mee te verdienen is.”

In die zoektocht doemen nog wel hindernissen op, blijkt uit het onderzoek. “De huidige economie is natuurlijk nog lineair ingericht. Je moet iets gaan doen en ontwikkelen in een wereld die niet circulair is, je wordt daar niet op afgerekend.” Blokkades zijn bijvoorbeeld de omgang met afval, of het opnieuw als grondstof mag dienen. Juridische kwesties: wie bezit de grondstoffen? Daarnaast kan de inkomstenstroom van een bedrijf drastisch verschuiven als het circulair gaat werken. Het verkoopt bij voorbeeld niet één product en verdient in één klap geld, maar houdt het in bezit en levert een dienst die vele jaren inkomsten oplevert. Financiers hebben daar nog moeite mee.

Openheid

Door een ‘legodoos’ te maken aan de hand van de 100 voorbeelden, kunnen bedrijven bij elkaar in de keuken kijken. Volgens Jonker is er weinig weerstand tegen die openheid. “Als je een deel van je activiteiten circulair wilt maken, moet je samenwerken. Eerst moet je je afvragen: met wie zit ik in de kringloop, hoe moeten we dat opnieuw inrichten, hoe verdelen we de verdiencapaciteit? Stel je wilt iets met circulair te gebruiken plastic. Dan moet dat wel zo gemaakt, gebruikt, verzameld en verwerkt worden dat er ook daadwerkelijk een kringloop ontstaat.”

Of de consument dan op dat plastic zit te wachten is nog de vraag. “Stel je maakt een koffieapparaat met gerecycled plastic. Als nieuw plastic goedkoper is, waarom zou die klant dat dan willen?” Bedrijven worden nog niet achter hun broek gezeten door consumenten, blijkt uit het onderzoek, burgers vervullen ook geen duidelijke rol in de plannen. “In alle nota’s en debatten over de circulaire economie komt de consument, de burger, nauwelijks voor. Het is een grote black box. Terwijl er veel lokale initiatieven zijn van burgers, zoals autodelen en energiecoöperaties. De trend is dat die steeds zakelijker worden. Als mensen in hun buurt plastic willen inzamelen om daar met een 3D-printer ter plekke nieuwe dingen van te maken of buurtaccu’s willen neerzetten, moet dat op de een of andere manier mogelijk zijn. Daar zijn nog bruggen te slaan.”

Kringlopen

Hoewel Jonker niet van de ‘hallejula-verhalen’ is, geeft het onderzoek toch aanleiding tot enig optimisme. Nederland is op zichzelf een geschikt land om veel meer circulair te kunnen werken. “Met de inzameling van sommige materialen zijn we al ver, zoals metaal en papier. De logistiek is goed. We zijn klein, er is geen grote machtsafstand, men weet elkaar snel te vinden. Mensen zijn gezagsgetrouw en doen braaf hun flessen in de glasbak. Als je het vergelijkt met onze buurlanden: in België wordt goed ingezameld maar gebeurt tegelijkertijd weinig op circulair gebied, Duitsland is verder en heeft al een aantal zaken in wetgeving vastgelegd.”

Op die nieuwe regels hoeven ondernemers niet te wachten, vindt Jonker. Maar wat wel zou helpen is als de overheid zelf circulair gaat inkopen. “Overheden kopen voor 60 tot 80 miljard euro in. Dat kan niet in één keer veranderen, dat snappen we. Zeg bij voorbeeld: dit jaar kopen we 1 procent circulair in, volgend jaar 2 procent, het jaar erop 4 procent, en zo verder. Over tien jaar kopen we alleen nog maar circulair beton in, dat soort duidelijke doelen helpt. Dan kunnen bedrijven zich daarop instellen.”

Circulair ben je als bedrijf niet zomaar, kringlopen.
Rotterzwam kweekt oesterzwammen op koffiedik en koffieschilletjes – restproducten die normaal worden weggegooid

Cirkels maken

Het onderzoek ‘Eén zwaluw voorspelt veel goeds’, over circulaire businessmodellen, van de Nijmeegse hoogleraar Jan Jonker wordt donderdag op een conferentie in de Arnhemse Eusebiuskerk gepresenteerd. Kringlopen sluiten is primair het idee van de circulaire economie. Zoals de bedrijven Rotterzwam en WesterZwam die oesterzwammen kweken op het koffiedik van restaurants. De paddenstoelen gaan weer terug naar de restaurants die ze in gerechten verwerkt en voorschotelt aan de klanten. 

Vitens

Waterbedrijf Vitens heeft een cirkel tot stand gebracht met de agrarische sector. Reststromen uit het water, zoals kalk en humuszuur, gaan naar de boer als bodemverbeteraars en dragen zo bij aan hogere opbrengsten. Tegelijk zijn minder bestrijdingsmiddelen en kunstmest nodig waardoor het grondwater minder vervuild raakt en Vitens het makkelijker kan zuiveren.

Maar het gaat niet alleen over het technisch kloppend maken van de kringloop, laat het onderzoek van hoogleraar Jan Jonker zien. Ondernemers slagen er nog niet goed in tegelijk oog te hebben voor de sociale en ecologische kant. 

Peeze

Koffiebranderij Peeze lukt dat wel. Het bedrijf werkt nauw samen met producenten om de arbeidsomstandigheden op plantages in de gaten te houden. Het haalt alleen bonen van plantages die niet door het kappen van regenwoud tot stand zijn gekomen en de koffie wordt klimaatneutraal gebrand. De technische kringloop zit ‘m erin dat Peeze de koffiemachines niet verkoopt maar koffie als dienst aanbiedt. Het bedrijf maakt ook een biologische cirkel door koffiecups te maken die in zijn geheel op de composthoop kunnen, inclusief verpakking.