Vakantiegeld.

Bedrijven die in de financiële problemen zijn gekomen door de coronacrisis kunnen in het uiterste geval het vakantiegeld (deels) later betalen. “Als er betalingsproblemen zijn, kan de werkgever eenmalig de vakantiebijslag op een later tijdstip of in termijnen betalen”, laat vakbond FNV donderdag weten. De werknemer moet het daar wel mee eens zijn.

VakantiegeldVolgens de wet moet het opgebouwde vakantiegeld uiterlijk op 30 juni zijn uitbetaald. Het kan ook zo zijn dat een bedrijf of organisatie al in een cao of arbeidsovereenkomst heeft vastgelegd dat het bedrag op een ander moment wordt overgemaakt.

De vakbond krijgt op dit moment signalen dat bedrijven door de financiële gevolgen van de coronacrisis worstelen met de uitbetaling van het vakantiegeld op korte termijn. Vaak wordt dit bedrag in mei uitgekeerd. Om het vakantiegeld later dan is afgesproken uit te betalen, is volgens de FNV wel toestemming van de werknemer nodig. “Het is verstandig om dat schriftelijk vast te leggen.” De vakbond wijst er ook op dat werkgevers die gebruikmaken van de NOW-regeling van de overheid voor een tegemoetkoming in de loonkosten. En daarmee ook een vergoeding voor de maandelijkse opbouw van het vakantiegeld krijgen. “Boven op de loonsom komt 30 procent opslag voor de opbouw van vakantiegeld, pensioenpremies en werkgeverspremies.”

Vakantiegeld is een toelage die werknemers in België en Nederland krijgen met de bedoeling extra kosten van vakantie te dekken. De toelage staat los van het opnemen van betaald verlof. Buiten België en Nederland is vakantiegeld een onbekend begrip, alhoewel in veel landen werknemers wel betaalde vakantiedagen krijgen, en soms andere toelagen zoals een ‘dertiende maand’.

Vakantiegeld Nederland

In Nederland is vakantiegeld (ook wel geheten: vakantietoeslag of vakantiebijslag) over het algemeen vastgesteld op 8% van het bruto loon. Meestal uitgekeerd eind mei. En opgebouwd over de periode 1 juni tot en met 31 mei. Bij beëindiging van het dienstverband wordt het reeds opgespaarde gedeelte over de afgelopen periode (sinds 1 juni) direct uitbetaald. Uitzendkrachten kunnen op elk moment opgespaard vakantiegeld uit laten betalen. Uitzendkrachten konden ook kiezen voor een verhoging van 8% op hun loon dat direct uitgekeerd werd elke maand. Maar of dit nog steeds mag is onduidelijk in verband met Europese wetgeving.

De minimale vakantiebijslag is vastgelegd in de Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag. Vanaf 1969 was de minimumvakantiebijslag gelijk aan 6% van het bruto jaarloon. Per 1 juni 1974 gelijk aan 7%. Vanaf 1 juni 1980 gelijk aan 7½%.  En vanaf 1 juni 1988 gelijk aan 8%. Overigens was al vanaf eind jaren ’70 de vakantiebijslag in de meeste bedrijfstakken 8%.

Bij betaald verlof (binnen een vast dienstverband) wordt door de werkgever het loon doorbetaald. Dit wordt geen vakantiegeld genoemd. Bij beëindiging van het dienstverband kunnen niet opgenomen vakantiedagen (in overleg) opgenomen worden binnen de opzegtermijn. Anders moeten de vakantiedagen na de opzegtermijn uitbetaald worden. Sommige CAO’s staan toe om vakantiedagen bij te kopen of “terug” te verkopen aan de werkgever. Zolang er geen bijzondere afspraken zijn tussen werkgever en werknemer is het niet mogelijk om het “bovenwettelijke” gedeelte te verkopen. Dus wanneer iemand recht heeft op 25 vakantiedagen per jaar, dan kan deze na dit jaar niet meer dan 5 dagen “terugverkopen”.

error: