Waarom zeewierteelt de toekomst heeft

Zeewierteelt.

Zeewier kan dienen als voedsel en energiebron. Maar kweken en oogsten van wier op open zee is op dit moment nog niet makkelijk, merken ze bij de Noordzeeboerderij. Zeewierteelt de toekomst?
Een machine die nog niet bestaat, moet je dan maar zelf bouwen. En dus toont Koen van Swam van de stichting Noordzeeboerderij een schematische tekening van een installatie die de stichting heeft laten ontwikkelen door Royal IHC uit Sliedrecht. De installatie bestaat uit onder meer een snijder, een schraper en een centrifuge. Dit, zegt Van Swam, is het prototype van een oogstmachine voor zeewier die op volle zee is gekweekt. De oogstmachine is geïnstalleerd op een schip. Vijftien kilometer uit de kust van Scheveningen wordt hij uitgeprobeerd: lukt het om zeewier mechanisch te oogsten en te verwerken op zee?

Waarom zeewierteelt de toekomst heeft
Een lier van het schip hijst de kabels met zeewier uit het water. © Hollandse Hoogte

Dat zou een doorbraak betekenen in het streven van de stichting, die kennis en geld bij elkaar wil brengen voor de ontwikkeling van grootschalige kweek van zeewier op zee. Sinds 2014 doet de Noordzeeboerderij daar proeven mee. De eerste resultaten zijn bemoedigend: het bleek technisch mogelijk om zeewierzaad aan een ijzeren frame en aan kabels uit te zetten in zee. De zaadjes groeiden in een half jaar tijd onder invloed van stromend zeewater, voedingsstoffen (nutriënten) en zonlicht uit tot flinke stroken wier. De kabels en het frame overleefden bovendien storm en hoge golven. De vervolgvragen luidden daarna: kan die kweek ook grootschalig en is het mogelijk de planten efficiënt en mechanisch te oogsten?

Rijk aan eiwitten en mineralen

Commerciële zeewierteelt op zee zou een grote bijdrage leveren aan een duurzame voedselvoorziening: het kweken op zee doet geen beroep op landoppervlak en zoet water, en zeewier is bijzonder voedzaam. Omdat het rijk is aan mineralen en eiwitten kan het goed dienen als vervanger van vlees. Wier uit de Noordzee, zegt Koen van Swam, bevat zelfs twee keer zoveel eiwit als wier dat gekweekt wordt in beschutte gebieden als de Oosterschelde.

Grootschalige zeewierteelt voor menselijke en dierlijke voeding is op dit moment in West-Europa nog niet rendabel, maar de Nederlandse overheid erkent de potentie ervan. Het ­kabinet trekt de komende jaren 5 miljoen euro uit om de zeewierteelt van de grond te tillen. Dat geld, zei staatssecretaris Martijn van Dam, moet helpen van het relatief onbekende zeewier een vertrouwd ingrediënt in het dieet van mens en dier te maken. Het kabinet wil het ­gebruik van plantaardige producten al langer aanmoedigen.

Vorige maand liet Van Dam zich naar de ‘zeewierboerderij’ bij Scheveningen varen, om de eerste zeewier die daar (handmatig) was ­geoogst aan land te brengen. Aan wal maakte de staatssecretaris er een soort hamburger van, de ‘Seawharma’. Ook bedrijven als Albert Heijn, Jumbo en Unilever voorzien een toekomstig menu met insecten, zeewier en veel plantaardige eiwitten uit noten en peulvruchten die vlees vervangen.

Preparaat voor paarden

Volgens de stichting Noordzeeboerderij zijn de toepassingen van zeewier legio: Je kunt er sushi van maken, maar het bevat ook het verdikkingsmiddel alginaat. Verder krijgen renpaarden zeewierpreparaten toegediend om beter te presteren, en is het geschikt als veevoer voor koeien omdat het weinig methaanuit­stoot geeft.

Er zijn dus volop voordelen te bedenken, maar lukt het praktisch gezien wel? Koen van Swam bekent dat er bij de oogstproef vooraf al een kleine tegenslag te incasseren viel: de vriescontainer, waarin de zeewieroogst ­bewaard wordt, paste niet op de stroomvoorziening van de MS Rotterdam. Dat schip van de kustwacht wordt normaal gebruikt voor het plaatsen en onderhouden van boeien op zee, maar het moet vandaag zeewier binnenhalen. Zulke kleine, praktische tegenslagen, zegt Van Swam, horen nu eenmaal bij de ­onderzoeksfase.

Powerboat

Met een ‘powerboat’ stuift Van Swam vanuit de haven van Scheveningen naar de kwekerij op zee. Aan boord van de MS Rotterdam heerst bedrijvigheid van mannen in oranje overalls. Een lier van het schip hijst de kabels met zeewier uit het water. Druipend hangen de lange bruingroene stroken boven het achterdek. Bij een inspectie in oktober bleek al dat de zaadjes van enkele millimeters waren uitgegroeid tot strengen van veertig centimeter. En kijk nu eens, straalt Van Swam, de planten zijn wel anderhalve meter lang. Ze voelen aan als een soort plastic, en zier er egaal, strak en niet aangevreten uit. “Heel mooie kwaliteit.”

Waarom zeewierteelt de toekomst heeft
© Hollandse Hoogte

Toch ziet het oogstproces er nog tamelijk provisorisch uit. Het tempo ligt laag en er komt, ondanks de oogstmachine, veel handwerk bij kijken. In het ideale geval, zegt Van Swam, zou een viskotter zeewier kunnen zaaien en oogsten. “Maar met ons budget is dit al heel wat.”

De stichting Noordzeeboerderij is nadrukkelijk niet van plan om zelf zeewierboer te worden. Ze wil de mogelijkheden van de teelt aantonen en daarna marktpartijen interesseren om die ter hand te nemen. Zo’n marktpartij zou ook wel eens een energiemaatschappij kunnen zijn. Want, meent de stichting: zeewierteelt combineren met duurzame energie vormt een mooi toekomstperspectief. Op termijn komt er zo’n duizend vierkante kilometer ruimte beschikbaar tussen windturbines op de Noordzee. Scheepvaart en visserij is daar niet toegestaan, maar ‘akkerbouw’ mogelijk wel. Uit zeewier kan biobrandstof worden ­gewonnen, en volgens Energieonderzoek ­Centrum Nederland kan zeewier in potentie net zoveel duurzame energie opleveren als alle windturbines op zee en land samen.

Winst

Koen van Swam ziet een win-winsituatie: “De ruimte op zee wordt dan multifunctioneel gebruikt. En van het zeewier gaat een stabiliserende werking uit, het dempt de golfslag. Dat maakt de windturbines ook weer makkelijker bereikbaar.” Hij kijkt in de verte. “Een proef samen met een windpark, dat zou voor ons echt de volgende stap zijn.”

Opwekken biomassa

Wanneer Nederland serieus werk wil maken van opwekking uit biomassa, is zeewier onontbeerlijk. Dat stelt energieadviesbureau DNV GL in een studie naar biomassa, dat het ­uitvoerde in opdracht van de Gasunie en Natuur & Milieu. Ruim een kwart van alle ­benodigde biomassa zou in 2035 uit zeewier kunnen ­komen, stelt de studie. De Gasunie en Natuur & Milieu pleiten er daarom voor dat het kabinet geld uittrekt voor de ontwikkeling van zeewier als ­biomassa.

Nieuwvoedselfobie

De overheid kan burgers wel aanmoedigen om minder ­dierlijke eiwitten te eten, maar de aarzeling bij het publiek om ­alternatieven te proberen is groot. Wageningen Universiteit deed onderzoek naar de ­acceptatie van eiwitbronnen die vlees kunnen vervangen.

Als je consumenten laat kiezen uit vis, zeewier, peulvruchten, ­insecten of kweekvlees, wat ­nemen ze dan het liefst? ­Conclusie: ­insecten scoren in dit rijtje het laagst. Daarna volgen ­kweekvlees en zeewier. Tegen peulvruchten en vis bestaat de minste weerstand. Veel ­consumenten lijden ­volgens het Wageningse ­onderzoek aan ‘food neophobia’, vrij vertaald de weerzin om nieuw voedsel te proberen.

Bron: Trouw, Emiel Hakkenes